Wil je op 1 november 2026 bij je nieuwe werkgever beginnen, dan moet je opzegging bij een wettelijke opzegtermijn van één maand uiterlijk op woensdag 30 september 2026 bij je huidige werkgever binnen zijn. De opzegtermijn loopt namelijk vanaf de eerste dag van de volgende kalendermaand, dus vanaf 1 oktober, en eindigt op 31 oktober. Je laatste werkdag is dan vrijdag 30 oktober 2026 en je bent per 1 november vrij. Zeg je pas op 1 of 2 oktober op, dan schuift alles een maand door naar 1 december. Hieronder lees je waar dat op is gebaseerd en welke uitzonderingen de datum kunnen verschuiven.
Waarom de opzegging vóór het einde van de maand binnen moet zijn
De wet bepaalt dat opzegging "tegen het einde van de maand" gebeurt, tenzij in de arbeidsovereenkomst of cao een andere dag is afgesproken. Dat betekent dat de opzegtermijn pas begint te lopen op de eerste dag van de maand die volgt op je opzegging. Zeg je op 14 september op, dan begint de termijn dus ook pas op 1 oktober en niet op 15 september. Vroeger opzeggen levert daarom niets op qua einddatum, maar het geeft je werkgever wel meer tijd om vervanging te regelen, wat de sfeer in je laatste weken ten goede komt.
Wanneer geldt een langere opzegtermijn
De wettelijke termijn voor een werknemer is één maand, ongeacht hoe lang je in dienst bent. In je arbeidsovereenkomst kan echter een langere termijn staan, bijvoorbeeld twee maanden. Dat mag, maar dan moet de opzegtermijn van de werkgever minstens het dubbele zijn, dus vier maanden. Staat er twee maanden in je contract, dan moet je voor 1 november 2026 al uiterlijk 31 augustus hebben opgezegd; die datum is inmiddels verstreken en dan wordt 1 december de eerstvolgende haalbare datum. Controleer je contract en de cao dus voordat je een startdatum aan je nieuwe werkgever belooft.
Tijdelijk contract
Heb je een contract voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding, dan kun je helemaal niet opzeggen en zit je vast tot de einddatum. Staat er wel een tussentijds opzegbeding in, dan gelden dezelfde regels als hierboven, dus opzeggen voor 1 oktober voor een vertrek per 1 november.
Hoe je opzegt en wat je moet bewaren
Opzeggen mag mondeling, maar doe het altijd ook schriftelijk, per e-mail of brief, zodat je kunt aantonen dat de opzegging op tijd is ontvangen. Vermeld de datum waartegen je opzegt, in dit geval 1 november 2026, en vraag om een bevestiging. Verstuur je de mail op 30 september om 23.00 uur, dan geldt die als ontvangen op 30 september; een brief die pas op 1 oktober op de mat valt, is te laat. Bij twijfel is 28 of 29 september een veiliger keuze.
Wat er gebeurt als je te laat bent
Zeg je op 2 oktober op met de wens om per 1 november te vertrekken, dan heeft je werkgever twee opties. Hij kan akkoord gaan met een eerder vertrek, wat vaak gebeurt als de vervanging snel is geregeld. Of hij houdt je aan de termijn tot 30 november. Vertrek je dan toch op 31 oktober, dan zeg je onregelmatig op en kan de werkgever een vergoeding eisen ter hoogte van het loon over de te weinig gewerkte periode, in dit geval een maandsalaris. Dat is zelden de moeite, maar het bestaat.
Vakantiedagen en de laatste maand
Openstaande vakantiedagen worden uitbetaald bij het einde van het dienstverband, tenzij je afspreekt om ze op te nemen in oktober. Wil je bijvoorbeeld de laatste twee weken van oktober vrij zijn om uit te rusten voor je nieuwe baan, dan moet je dat als verzoek indienen; je werkgever mag het weigeren bij zwaarwegende bedrijfsbelangen. Het vakantiegeld over juni tot en met oktober wordt bij de eindafrekening uitbetaald, meestal in de maand na je vertrek.
De datum die je nu moet noteren
Bij een maand opzegtermijn geldt: opzegging binnen op 30 september 2026, opzegtermijn in oktober, laatste werkdag 30 oktober, nieuwe baan op 1 november. Lees vandaag nog je contract en cao na op een afwijkende termijn, verstuur je opzegging in de laatste week van september en bewaar de ontvangstbevestiging. Dan begin je op 2 november zonder gedoe aan je eerste werkdag.