Bij een bruto jaarsalaris van 42.000 euro bouwt een werknemer in een volledig dienstjaar 3.360 euro bruto vakantiegeld op. Dat is 8 procent van het jaarsalaris, het wettelijke minimum, en komt neer op 280 euro bruto per maand. De meeste werkgevers betalen het bedrag in mei of juni uit, maar het kan ook gespreid per maand.
Zo komt het bedrag tot stand
Vakantiegeld wordt berekend over het bruto loon, inclusief toeslagen die onderdeel zijn van het loon, zoals een ploegentoeslag of een onregelmatigheidstoeslag. Bij 42.000 euro per jaar is het maandsalaris 3.500 euro, en 8 procent daarvan is 280 euro. Maal 12 maanden levert dat 3.360 euro op.
- Jaarsalaris: 42.000 euro bruto
- Maandsalaris: 3.500 euro bruto
- Vakantiegeld per maand: 280 euro bruto (8 procent)
- Vakantiegeld per jaar: 3.360 euro bruto
Veel cao's of arbeidscontracten schrijven een hoger percentage voor. Controleer dus altijd je eigen contract of cao. Bij 8,5 procent is het bedrag al 3.570 euro bruto.
Wat als de werknemer maar een deel van het jaar werkt?
Het vakantiegeld wordt opgebouwd over de periode dat iemand in dienst is. Een werknemer die op 1 augustus begint, bouwt vijf maanden op, dus 5 maal 280 is 1.400 euro bruto. Wie halverwege het jaar vertrekt, krijgt het opgebouwde bedrag bij de eindafrekening uitbetaald. Over de laatste afrekening en de datum waarop een dienstverband eindigt, lees je meer in het artikel over de opzegdatum voor 1 november 2026.
Bij parttime werk blijft het percentage hetzelfde, maar het bedrag wordt berekend over het salaris dat daadwerkelijk wordt verdiend. Verdient iemand 2.800 euro bruto per maand, dan is dat 224 euro per maand en 2.688 euro per jaar.
Wat blijft er netto van over?
Vakantiegeld is belast loon en valt in de maand van uitbetaling bij de overige inkomsten van de werknemer. In de loonaangifte wordt het als bijzonder beloning behandeld, wat vaak leidt tot een lagere netto uitkomst dan men verwacht. Reken er dus niet op dat 3.360 euro bruto ook 3.360 euro op de bankrekening wordt. In de praktijk gaat een flink deel, vaak een derde tot de helft, naar loonheffing, afhankelijk van de inkomensschijf.
Werknemers die het geld voor een vakantie willen reserveren, doen er goed aan te rekenen met het nettobedrag dat uit de loonstrook komt. Dat voorkomt een teleurstelling bij de uitbetaling.
Wat betekent dit voor jou als werkgever?
Het vakantiegeld is voor een werkgever een kostenpost van 8 procent bovenop het loon. Bij een salaris van 42.000 euro betaal je dus 3.360 euro extra, plus de werkgeverslasten daarover. Het is verstandig om maandelijks een reservering te maken, zodat de uitbetaling in mei of juni geen liquiditeitsprobleem veroorzaakt. Met 280 euro per maand per werknemer bouw je het bedrag soepel op.
Zet de reservering niet op dezelfde rekening als je lopende uitgaven, maar op een aparte spaarrekening. Zo voorkom je dat het geld per ongeluk wordt uitgegeven voordat de loonrun in mei plaatsvindt.